Wat is een Scope 10 keuring en wat wordt er gecontroleerd?

U beheert een productiehal en krijgt van uw verzekeraar het verzoek om een inspectierapport van de elektrische installatie aan te leveren. De machines draaien gewoon. Bij de verdeelkast ziet u niets bijzonders. Toch zegt dat weinig over het brandrisico van de installatie. Een Scope 10 keuring richt zich juist op elektrische risico’s die u tijdens het dagelijkse gebruik niet vanzelf opmerkt.

Scope 10 kijkt gericht naar elektrisch brandrisico

Een SCIOS Scope 10-inspectie onderzoekt brandrisico’s van elektrische installaties. Dat is een andere insteek dan alleen nagaan of een machine werkt of een stopcontact spanning levert. Een installatie kan bruikbaar lijken, terwijl een onderdeel toch aandacht vraagt.

Bij de vraag ‘Wat is een Scope 10 keuring?’ hoort daarom ook het onderscheid met andere scopes. Scope 8 richt zich op veilige elektrotechnische installaties. Scope 12 betreft zonnestroominstallaties. Deze inspecties hebben ieder hun eigen aandachtspunt; de ene naam is geen andere benaming voor dezelfde controle.

Vraagt uw verzekeraar specifiek om Scope 10, geef dan ook opdracht voor die inspectie. Vraag bij onduidelijkheid aan uw verzekeraar welke inspectie hij bedoelt. Een rapport over een ander onderwerp beantwoordt die vraag niet vanzelf.

Kijken, meten en warmtebeelden beoordelen

De inspecteur gebruikt visuele controles en metingen om de elektrische installatie te beoordelen. Ook kan de inspecteur beproevingen en thermografisch onderzoek uitvoeren. Die methoden vullen elkaar aan. Wat aan de buitenkant netjes oogt, verdient soms na een meting toch nader onderzoek.

Neem de verdeelkast in uw productiehal. Bij een visuele inspectie kijkt de inspecteur naar de zichtbare toestand van onderdelen en aansluitingen. Met thermografisch onderzoek kan de inspecteur temperatuurverschillen zichtbaar maken. Een opvallend warm onderdeel is daarbij geen verklaring op zichzelf. De inspecteur moet beoordelen wat die warmte betekent.

Een warmtebeeld is geen einddiagnose.

Alleen een foto van een warme aansluiting vertelt u nog niet welke herstelwerkzaamheden nodig zijn. Daarvoor moet de inspecteur de waarneming naast de overige bevindingen leggen en duidelijk vastleggen wat aandacht vraagt.

Bespreek vóór het bezoek hoe de inspecteur toegang krijgt tot de installatie. Als beheerder kent u de dagelijkse bedrijfsvoering; de inspecteur weet wat nodig is om het onderzoek uit te voeren. Stem dit vooraf af. Zo voorkomt u dat tijdens de afspraak pas blijkt dat de inspecteur een ruimte niet in kan.

Het rapport vraagt om een duidelijke opvolging

Na de inspectie ontvangt u een rapport met bevindingen over risico’s en eventuele gebreken. Lees dat niet uitsluitend als een document voor uw verzekeringsdossier. Het is ook de basis voor het gesprek met het bedrijf dat herstelwerkzaamheden gaat uitvoeren.

Maak daarbij onderscheid tussen vaststellen en herstellen. De inspecteur beoordeelt de installatie en rapporteert de bevindingen. Een extern bedrijf kan vervolgens gebreken verhelpen. Een bemiddelaar kan u helpen dat herstel te regelen, zonder dat inspectie en uitvoering dezelfde taak worden.

Heeft de inspecteur gebreken geconstateerd, spreek dan af wie het herstel organiseert en wie vastlegt wat het herstelbedrijf heeft gedaan. Afhankelijk van de bevindingen kan een herinspectie nodig zijn. Ook de verklaring van inspectie en de afmelding in het SCIOS-portaal horen bij het verdere traject. Bewaar de bijbehorende documenten bij het inspectierapport, zodat u bij een volgende beoordeling kunt terugvinden wat er na de controle is gebeurd.

Gerelateerde berichten die u wellicht interesseren